Tübingen, stad van de tussenmaat

Standard

 

Freiburg was de eerste stad die ruimte maakte voor bouwgroepen, maar Tübingen heeft dit fenomeen tot een zeer consistente vorm van stadsontwikkeling weten te ontwikkelen.

Al sinds de ontwikkeling van het Französisches viertel, vanaf het begin van de jaren ’90, werkt de stad aan een hyper democratisch en transparant stadsontwikkelingsmodel. Op alle niveaus hebben de stad Tübingen en de daar werkzame architecten zich weten te professionaliseren in het bouwen van sociaal duurzame, gemengde, stedelijke wijken waarin bottom up en top down in balans zijn.  Dit gaat zelfs zo ver dat de Deutsche Bahn nu ook de gemeente, vanwege haar expertise, heeft gevraagd hen te helpen met het integreren van bouwgroepen in de verder vrij traditionele ontwikkeling van het Güterbahnhof areaal, waar DB grondeigenaar is.

 

De architectuur is krachtiger geworden in de meer recente gebieden die de stad heeft ontwikkeld, zoals bijvoorbeeld de Alte Weberei in het stadsdeel Lustnau. De tussenmaat overheerst nog steeds in de stadsontwikkeling in Tübingen. Dat doet ons denken aan recente discussies in Amsterdam, waar tijdens de crisis veel ruimte ontstond voor kleinschalig ontwikkelen, maar door de oplevende woningmarkt de tussenmaatse ontwikkeling nu weer onder druk staat.


Bij de toewijzing van kavels in Tübingen wordt geselecteerd op sterke concepten en dat biedt veel ruimte voor experimenten op het gebied van techniek, zoals hoge duurzaamheid en massiefhoutbouw, maar ook op sociaal gebied: bijzondere doelgroepen, werkruimtes en buurtvoorzieningen. En dat biedt weer kansen voor architecten om innovatieve concepten te initiëren en samen met bewoners te realiseren.

Verkavelingsplan Guterbahnhof met in blauw de locaties voor bouwgroepen (bron: http://www.tuebingen.de)

Advertisements

Köln – Baufreunden

Standard

Baufreunden, a project of office03, is one of the first building-group projects in Köln. The architects, who also live in the project, have aimed for quality in the typology, stacked wide maisonettes with either a garden or a roof terrace. In addition, they have drawn a few smart, simple rules for the facade. With the introduction of two windowtypes there was freedom of choice for residents and a consistent overall facadedesign. The inhabitants have made their own floorplans with or without the help of the architect.


For these architects it was the first time to work for a building-group. Around a hundred evening meetings have been necessary to achieve this convincing result. Now, they ask themselves whether they want to do this type of intense process again, especially if it doesn’t generate more quality and such an intense process is not profitable for the architect. The question is how democratic a process should be to achieve the advantages of building groups: more participation, quality and social cohesion and lower costs.
We will also visit Tübingen, this city has a lot of experience with this phenomenon. We wonder what insights we gain there.